Vakantie!

Het was 1979 toen mijn ouders besloten eindelijk met ons op vakantie te gaan...

Voorheen werden we achtergelaten bij onze opa’s en oma’s, wat betekende dat er een hele week lang gejokerd, gesjoeld of gerummikubd werd. Natuurlijk vonden wij het logeren bij onze opa’s en oma’s leuk, maar moest dat uitgerekend tijdens de vakantie van onze ouders zijn!?  Na het terugkeren van onze ouders mochten wij hun geweldige verhalen en belevenissen aanhoren en als klap op de vuurpijl werden we getrakteerd op een avond-vullend programma van deze belevenissen op vaders opgenomen „super 8“ film. Aangezien mijn vader destijds  niet de „full modus“ met geluidsopname had aangeschaft, moest tijdens het ratelen van de filmprojector de beelden op het doek worden voorzien van commentaar van mijn ouders; waar het op neer kwam was dat niet de schoonheid van het landschap werd verwoord, maar meer over de exacte locatie en tijdstip werd gekibbeld. Het werd dus tijd dat wij eindelijk in levende lijve een vakantie mee zouden beleven.

Het werd al snel duidelijk dat het een kampeervakantie zou worden, maar waar naartoe? Wij kinderen wilden eens graag de bergen zien. Aangezien Oostenrijk te ver weg was voor ons, werd er gekozen voor het pittoreske stadje Cochem aan de Moezel. Dit werd ons aanbevolen door onze buren. Helaas was deze aanbeveling geen geheime tip want naar later bleek, het meest bezochte toeristische plaatsje voor Nederlanders. Het werd ook wel „Klein-Amsterdam“ genoemd!

De bestemming was dus bepaald. Nu nog te bepalen of het een tent of een caravan zou worden. Beide hadden natuurlijk hun voor- en nadelen. Er werd uiteindelijk besloten een combinatie van beiden te nemen; een “Vouwwagen Paradiso”! Dat is zo'n ding dat er ingeklapt als een platgeslagen caravan uitziet en uitgeklapt als een “Tompouce”! Nadat de koop was bezegeld, moest de “Paradiso” natuurlijk uitvoerig worden getest door het hele gezin. Terwijl mijn vader zich ernstig zorgen maakte over hoe hij dat ding over de bergen kon krijgen met zijn kleine Mitsubishi Colt, verkenden wij vol enthousiasme het uitgevouwen gestel. Na tientallen keren open en dicht gevouwen te zijn, moesten we eerst nog een paar weekjes wachten totdat we uiteindelijk op vakantie gingen en werd het ding ten ruste gelegd op een boerenerf.

Na een paar weken was het dan zover! Een paar dagen te voren werd de vouwwagen opgehaald en werd deze vervolgens geopend om vol gestopt te worden met bijna ons hele huisassortiment aan huishoudsartikelen en levensmiddelen. En toen gebeurde het…

Bij het openmaken van het gestel kwam er een ongelofelijke stank naar boven die deed denken aan een openbare wc waar een jaar lang is geürineerd door vieze mannetjes en vervolgens niet meer is schoongemaakt! Tot onze grote verbazing waren er tevens grote gaten in het doek van de vouwwagen ontstaan, alsof de ratten eraan hadden gevreten! En dat was bijna spreekwoordelijk het geval. Na een grondige inspectie vonden we opeens een klein muisje in de hoek die waarschijnlijk naar binnen gekropen was tijdens het verblijf op het boerenerf. Helaas kon het daarna niet meer uit zijn verblijf ontsnappen en heeft het zich uit pure overlevingsdrang uit het doek van de vouwwagen geprobeerd te vreten en uit angst de hele zaak onder gezeken.  Dus daar stond de gatenkaas…

Deze gebeurtenis was naar het bleek de vloek die was uitgesproken over onze nog toekomstige vakantieplannen. Zo ontstonden er bijna altijd kort voor ons geplande vakanties ongelukken. Zo was er het voorval met mijn zus. Mijn broer meende een dag voor ons vertrek nog met ons in onze tuin vliegtuigje te spelen. Met volle vaart werden we door hem door het luchtruim gekatapulteerd. Hoe we daarna moesten landen was ons probleem. En dat was het! Mijn zusjes landing was helaas alles behalve zacht en zij brak daarbij haar pols! Ze werd vervolgens in een opgezet tentje in onze voortuin geduwd. Deze actie moest immers geheim worden gehouden. Mijn zus bleef echter maar doorkrijsen van de pijn en we besloten na een half uur om het voorval toch maar te melden bij onze ouders. Zo werd er nog dezelfde  avond voor ons vertrek een bezoekje aan het ziekenhuis gepleegd.

Een jaar later, ook weer een dag voor vertrek, werd mijn broer bestraft voor deze daad: bij een wedstrijdje fietsen op mijn vaders net gekochte Gazelle, meende hij namelijk een een afstekertje te kunnen nemen om tijd te winnen (het afstekertje dat bij Jonky Heyne’s parkeerplaats tussen de twee dikke eiken doorloopt en weer aansluit op het fietspad van de Oosterveldse straat).  Dit ging echter falikant mis en hij gleed door het losse grind vol onderuit. Het gevolg was een volledig opengereten been. Helaas was ook ik van deze vloek niet uitgesloten... Maar misschien daarover later meer ( er moeten natuurlijk nog wat sterke verhalen overblijven voor de volgende stukjes van “Leonardus”!)

Terug naar het punt waar we verbijsterd stonden te kijken naar ons geruïneerde “Paradisootje”. Mijn moeder had gelukkig overal een oplossing voor en natuurlijk ook voor dit gevalletje ongeluk. Mijn moeder stond bekend als beste naaister uit de regio en had binnen een mum van tijd de zaak weer opgelapt. Ze had de aangevreten stukken doek verwijderd en vervangen door reststukken die ze in de tijd had verzameld. Helaas waren deze niet van de zelfde kleur als het origineel. De “Paradiso” was nu een echt patchwork kunstwerk geworden! Dit kon voor ons de pret niet drukken want hij werd toch tijdens de reis dichtgeklapt en de volgende dag stonden we voor dag en dauw op en vertrokken eindelijk naar onze vakantiebestemming “Klein -Amsterdam”. Op de weg erna toe werden we op de “Autobahn” vergezeld van talloze andere Hollanders die ook de bergen opzochten. En daar waren ze dan. In de verte waren de wonderschone glooiende berglandschappen te zien. Het waren weliswaar niet de reusachtige bergen die je zag in de Heidi serie of in de “Heimatsfilme” die ik samen met mijn zus en moeder moest aankijken op het duitse net, maar deze blik gaf mij het ultieme vakantiegevoel.

Eindelijk waren we dan aangekomen in het wonderschone Cochem en we vonden een ideale camping waar van alles te beleven was. Er was zelfs de mogelijkheid om vanaf het terrein van de camping de Moezel te bereiken en een berg te beklimmen. Mijn grote broer die behoorlijk avontuurlijk was ingesteld, had dit ook gezien en nam mij de volgende morgen mee op bergbeklimming. De berg was behoorlijk steil en moeilijk te beklimmen vanwege het losse gesteente. Na een tijdje hadden we het dan eindelijk gehaald en genoten van het geweldige uitzicht op de Moezel. Nu was het weer tijd om de berg af te dalen. Wat we echter niet hadden bedacht was om beide passend schoeisel aan te trekken. Dom als we waren hadden we onze slippers nog aan! Bij de eerste stappen naar beneden ging het al mis. We gleden beide door het losse grind naar beneden en konden ons nog net vasthouden aan een paar struiken. De paniek brak bij mij uit en ik schreeuwde van angst de hele camping wakker. Binnen een mum van tijd stond bijna de hele camping aan de voet van de berg en aanschouwde de noodsituatie waarin wij waren beland. Al gauw kwamen er twee echte bergbeklimmers ons tegemoet om ons uit deze penibele situatie te redden. Toen we van de schrik waren bekomen en mijn broer nog een draai om zijn oren had gekregen, mochten we op krachten komen en smulden we van onze eerste super lekkere currywurst!  De dagen daarna vlogen voorbij en voordat we het wisten waren we alweer op weg met onze Paradiso naar ons vlakke landje. Daar stonden ons echter nog vier weken vakantiepret te wachten, voordat de school weer begon en ons een nieuwe meester of juffrouw te wachten stond. Wie weet daar over mee in een nieuwe editie van “Leonardus”!

Contact

Antje Nijp an.nijp@home.nl